Spelregels libre (klein-biljart)
(Algemeen
Bij Libre zijn er geen beperkingen, de speler kan zoveel mogelijk caramboles maken op het volledige speeloppervlak. Het spel wordt gespeeld met drie ballen: een rode bal en twee spelersballen, die geel en wit (of twee witte met een zwarte stip op één bal) kunnen zijn. De speler moet met zijn eigen bal de andere twee raken. Het is toegestaan om banden van de tafel te raken, en het aantal keren dat dit gebeurt, is vrij.
De acquitstoot opent het spel. Hierbij stoot de speler de witte bal via de rode bal en, eventueel via de banden, naar de gele bal.
De hoeken van het biljart zijn uitzonderingszones, aangeduid met een schuine krijtlijn.
Spelbegin
Het spel start nadat er is afgestoten om te bepalen wie begint. De rode bal wordt op positie A gelegd, de gele bal in het midden op een denkbeeldige lijn van C naar D, en de witte bal op een lijn van C naar E. Beide spelers stoten hun bal richting de korte band voorbij positie A en vervolgens naar de korte band voorbij posities E, C en D. De speler wiens bal het dichtst bij de korte band eindigt, mag kiezen wie begint.

A cheval moet worden geannonceerd als een van de aanspeelballen in
een verboden zone ligt en de andere bal (niet de speelbal) tegen diezelfde
zone aanligt, dus voor de lijn.
Entrée moet worden geannonceerd als beide ballen voor de eerste keer
in één verboden zone liggen. Ligt een van de aanspeelballen half op de lijn,
dan wordt geacht, dat die bal in de zone ligt. De speler mag in die zone dan
een carambole maken.
Blijven de ballen vervolgens in die zone liggen, dan volgt de positie “Dedans”.
Wordt echter één van de ballen uit die zone gespeeld en keert er daarna
weer in terug, dan ontstaat opnieuw de positie “Entree (Rentré)“.
Dedans moet ook door de arbiter worden geannonceerd. Het is de positie
ná entrée als beide aan te spelen ballen in de verboden zone zijn blijven liggen.
De speler mag nu nog één carambole in die verboden zone maken.
Bij het maken van die carambole moét een van de aanspeelballen uit die
verboden zone gespeeld worden.
NB. Uiteraard mag de bal daarna wel weer in die verboden zone terugkeren
en ontstaat de positie “Entree” (Rentré) weer.
Resté dedans is de positie ná dedans. De beide aanspeelballen zijn ná
de carambole bij de “Dedans”-positie in de verboden zone blijven liggen.
Dit is een speelfout en de arbiter moet de speler dus aftellen.
Hij annonceert:” Noteren 2, de heer/mevrouw X, 2″.
De laatste carambole telt niet mee.
Rentré Als na ‘dedans’ één van de aan te spelen ballen het kadervak heeft verlaten
en hier weer opnieuw in terecht komt. De arbiter dient dit altijd te melden
met ‘rentré’.
Zie ook ‘entré’, ‘dedans’ en ‘resté dedans’.
Acquitstoot
De speler die mag beginnen, moet dit doen met de acquitstoot, waarbij de ballen op hun startposities A (rood), C (geel) en E (wit) liggen. De witte bal kan desgewenst op positie D worden geplaatst. Bij de acquitstoot raakt de witte bal de rode, waarna deze via de banden naar de gele bal moet gaan. Als beide ballen zijn geraakt, maakt de speler zijn eerste carambole en kan hij verder gaan met zijn beurt.
Série Américain
Een bekende techniek in Libre is “Série Américain”, waarbij de speler de ballen dicht bij elkaar houdt langs de band. Dit zorgt voor een ideale positie waarin telkens kleine positieveranderingen worden gemaakt. Deze techniek kan de speler honderden caramboles opleveren, daarom is een maximaal aantal caramboles vastgesteld per speelklasse.
Butage (springende bal)
Als een bal uit het speelveld springt, keurt de arbiter de carambole af en krijgt de tegenstander een acquitstoot. Een bal wordt als ‘uit de tafel’ beschouwd als deze het hout van de tafel raakt, zelfs als hij terug op het speelveld rolt.
Vastliggende ballen
Als de speelbal vastligt tegen de rode bal of de bal van de tegenstander, heeft de speler twee opties: doorspelen door van de vastliggende bal af te spelen, of de arbiter vragen de ballen opnieuw op de acquitposities te plaatsen.
Touché
Het is alleen toegestaan om de eigen bal met de pomerans van de keu te raken. Als de bal per ongeluk wordt geraakt door kleding of iets anders, wordt dit als een fout beschouwd en de carambole wordt afgekeurd.
Biljardé
Dit is een fout waarbij de speler zowel de speelbal als de aanspeelbal tegelijkertijd raakt met de keu. Dit resulteert meestal in een dof geluid, en de arbiter zal de carambole afkeuren.
Voet aan de grond houden
Tijdens het spel moet de speler altijd één voet op de grond houden. In sommige situaties kan dit een moeilijke houding opleveren.
Onsportief gedrag
De arbiter kan een speler straffen voor onsportief gedrag, zoals het opzettelijk maken van storend geluid. Na een waarschuwing kan de arbiter de partij toekennen aan de tegenstander.
Verkeerde bal spelen
Als een speler per ongeluk met de bal van de tegenstander speelt, mag de arbiter dit na de stoot aangeven. Caramboles gemaakt met de verkeerde bal blijven geldig, behalve de laatste, die wordt afgekeurd.
Merktekens
Spelers mogen geen onrechtmatige merktekens aanbrengen op de tafel. Alleen de door de fabriek aangebrachte ‘diamonds’ zijn toegestaan als hulpmiddel bij het berekenen van stoten.
Carotte spelen
Carotte verwijst naar een verdedigende speelstijl, vooral in het driebanden, waarbij de speler bewust een moeilijk speelveld voor de tegenstander creëert. Hoewel het soms strategisch kan zijn, wordt het vaak als onsportief beschouwd.

