Arbitreren als vrijwilliger (libre-bandstoten)

. Keuzetrekstoot (Wie bepaalt wie begint)
Bij de keuzetrekstoot worden de ballen als volgt geplaatst:

  • De rode bal op het bovenacquit.
  • De gemerkte bal in het midden tussen de linker acquit en de linker band.
  • De ongemerkte bal in het midden tussen de rechter acquit en de rechter band.

Beide spelers nemen de keuzetrekstoot tegelijkertijd en de bal moet recht omhoog via de bovenband terugkomen. De speler wiens bal het dichtst bij de onderrand tot stilstand komt, mag bepalen wie er start. Na deze keuze is er tijd om in te spelen. De arbiter meldt aan de schrijver wie het spel begint en plaatst na de inspeeltijd de schoongemaakte ballen op de acquitposities voor de start van de wedstrijd.
(De inspeeltijd is 4 minuten en na 3 minuten zegt u tegen de speler dat hij/ zij nog een minuut inspeeltijd heeft. De speler heeft de mogelijkheid om binnen deze minuut maximaal 3 keer de acquitstoot te proberen. )

2. Het Annonceren

  • Wees duidelijk en hoorbaar: Zorg ervoor dat je aankondigingen goed verstaanbaar zijn, zodat ook mensen op afstand weten wat er gebeurt en hoe ver een serie gevorderd is.
  • Benadruk de speler: Noem de naam van de speler duidelijk.
  • Bij afronding: Zeg: “Noteren … (aantal caramboles) – naam van de speler – en nogmaals het aantal caramboles.” Richt je hierbij tot de schrijver en controleer ook het scorebord.

3. Jouw Plaatsing

  • Vrije ruimte geven: Zorg ervoor dat je de speler niet hindert, maar probeer wel een goed zicht te behouden om te controleren of de speler geen regels overtreedt en of er een geldige carambole wordt gemaakt.
  • Let op de afstoot: Houd de afstoot in de gaten, vooral voor het geval van een touché.
  • Vermijd recht tegenover de speler staan: Als je dit niet kunt vermijden, draai dan een kwartslag.
  • Houd rekening met het publiek: Probeer niet voor het publiek of de tegenstander te staan. Als dit onvermijdelijk is, draai dan een beetje zodat je niet in de weg staat.
  • Wees professioneel: Een goede positionering toont dat je het spel serieus neemt, wat vertrouwen wekt in jouw beslissingen.

4. Wat te doen bij Specifieke Situaties

  1. Uitgesprongen Bal: Als een bal uit het biljart springt of de houten rand raakt, is de beurt aan de tegenstander. Leg alle ballen terug in de beginpositie.
  2. Touché: Als de speler met de keu of op een andere manier (bijvoorbeeld kleding) een bal raakt, is dit een touché.
  3. Indirecte Touché: Als de speler opzettelijk een bal van richting verandert door te blazen of tegen het biljart te stoten, is dit een indirecte touché. Let op: dit moet opzettelijk zijn!
  4. Biljardé: Dit gebeurt als de pomerans van de keu nog de speelbal raakt wanneer deze een tweede bal raakt (doorduwen). Het spelen via een bal of band waartegen de speelbal vastligt, telt ook als biljardé.
  5. Voet aan de Grond: De speler moet minstens één voet op de grond houden tijdens de afstoot. Als dit niet gebeurt, wordt de carambole afgekeurd.
  6. Verkeerde Bal: Als de speler met de verkeerde bal stoot, zeg dan onmiddellijk: “Noteren nul – naam van de speler – nul”. Zorg ervoor dat de andere speler de juiste bal gebruikt en geef geen aanwijzingen.

Deze richtlijnen zijn van toepassing op zowel Libre als Bandstoten biljarten.

© 2024 Biljartvereniging CaromKnoal
Ontwerp & realisatie: Les Deux